Vlooien

De vlooien die we op honden en katten aantreffen zijn vleugelloze bruine- of bruinzwarte insecten, in grootte variërend van 1,5 tot 4 mm. Er bestaan circa 2.000 vlooiensoorten. In onze omgeving hebben we het meest te maken met de kattenvlo. Zowel op de kat als op de hond.

Vlooien leven van het bloed van hun gastheer dat ze door middel van een angel uit de huid kunnen opnemen. Ze bewegen zich door enorme sprongen die wel 50 tot 90 cm kunnen bedragen.

De plaatsen waar ze zich bij voorkeur ophouden in de hondenvacht zijn op de achterhand, rond de staartwortel, op de buik en in de liezen. Bij katten komen we ze vooral tegen op de buik, de rug en rondom de hals. Uit onderzoek is gebleken dat 99 % van de vlooien in de omgeving zitten en slechts 1% op uw huisdier. Omdat vlooien zo razendsnel bewegen zijn ze op een besmet dier niet altijd waarneembaar. Wel kan men eenvoudig vaststellen of er vlooien geweest zijn als men zwart-bruine op zand gelijkende korrels op de huid aantreft. Dit is de vlooienpoep(niet de eitjes). Maken we de korrels nat dan zien we een duidelijke roodverkleuring; de bloedresten zijn gedeeltelijk onverteerd gebleven.

Vlooien veroorzaken met het bloedzuigen(vlooienspeeksel) een sterke jeukprikkel die zeer heftig kan zijn. Heel vaak leiden meerdere vlooienbeten tot huidontstekingen en uiteindelijk tot vlooienallergieën: een overgevoeligheidsreactie die al na één nieuwe vlooienbeet kan optreden. Heeft een dier erg veel vlooien dan is de kans op bloedarmoede aanwezig.

Voor het bestrijden van lintwormen is dan ook naast het ontwormen, het van groot belang dat de vlooien bestreden worden. Deze zorgen steeds weer voor nieuwe besmetting. U merkt dit doordat de lintwormen na 3-5 weken weer terug lijken te komen. Voor het bestrijden van vlooien zijn druppels of een shampoo e.d. te verkrijgen bij dierenzaak en dierenarts.